Slecht nieuws voor miljoenen Nederlanders: kabinet bevestigt dat boodschappen nóg duurder worden
Laatste update:

Boodschappen kunnen mede door de nieuwe vrachtwagenheffing duurder worden. Dat blijkt uit een beslisnota van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Ambtenaren erkennen daarin dat transportbedrijven hogere kosten doorgaans doorberekenen aan hun opdrachtgevers. Uiteindelijk kan een deel daarvan terechtkomen bij de consument.
Hoeveel een gemiddeld huishouden daardoor extra kwijt is in de supermarkt, is echter niet berekend.
Dat is belangrijk, want transporteurs waarschuwen al langer dat hun kosten flink zijn opgelopen. En vanaf 1 januari 2027 dreigt de rekening opnieuw hoger te worden: een tijdelijke korting op de vrachtwagenheffing vervalt en tegelijkertijd worden de reguliere tarieven aangepast.
Voor consumenten kan dat uiteindelijk zichtbaar worden op het kassabonnetje.
Ministerie erkent effect op prijzen
In de ambtelijke voorbereiding van het ministerie wordt duidelijk beschreven hoe hogere transportkosten uiteindelijk bij consumenten terecht kunnen komen.
Daarbij gaat het niet alleen om de vrachtwagenheffing, maar ook om stijgende brandstofkosten.
Volgens de ambtenaren worden dergelijke kosten „in de meeste gevallen doorberekend aan de opdrachtgevers van transport en daarmee veelal impact hebben op de consumentenprijzen”.
Daarmee erkent het ministerie dat de vrachtwagenheffing niet uitsluitend een kostenpost voor transportbedrijven is.
Wanneer een vervoerder meer geld vraagt aan een supermarktketen, producent of groothandel, kan die onderneming de extra kosten immers vervolgens verwerken in zijn eigen verkoopprijzen.
Het ministerie verwacht tegelijkertijd dat het effect beperkt blijft, omdat transportkosten slechts een gedeelte van de totale prijs van een product vormen.
Een actuele berekening van het effect op een gemiddeld boodschappenmandje ontbreekt volgens de aangeleverde informatie echter.
Wat is de vrachtwagenheffing?
De vrachtwagenheffing werd op 1 juli 2026 ingevoerd.
Eigenaren van zware vrachtwagens betalen sindsdien op een groot deel van de Nederlandse snelwegen en een aantal belangrijke N-wegen een bedrag per gereden kilometer.
Hoeveel een transportbedrijf precies moet betalen, hangt af van verschillende factoren.
Onder meer het gewicht en de uitstootklasse van het voertuig spelen daarbij een rol. Schonere vrachtwagens worden via de tariefstructuur bevoordeeld ten opzichte van vervuilendere voertuigen.
Het achterliggende idee is dat zowel Nederlandse als buitenlandse vrachtwagens betalen voor hun gebruik van het Nederlandse wegennet.
Daarnaast wordt geld gebruikt om de verduurzaming van het vrachtvervoer te stimuleren.
Denk daarbij bijvoorbeeld aan elektrische vrachtwagens en de infrastructuur die nodig is om die voertuigen op te laden.
Bijna ieder product wordt vervoerd
Voor consumenten is de heffing niet direct zichtbaar.
Je krijgt bij de supermarkt bijvoorbeeld geen aparte ‘vrachtwagenheffing’ op je kassabon.
Toch krijgen ontzettend veel producten ermee te maken.
Levensmiddelen moeten van producenten naar distributiecentra en vervolgens naar winkels worden vervoerd. Hetzelfde geldt voor kleding, meubels, elektronica, bouwmaterialen en talloze andere producten.
Wanneer de kosten per gereden kilometer toenemen, kunnen bedrijven proberen die extra uitgaven door te berekenen.
Uiteindelijk kan daardoor een gedeelte bij de consument terechtkomen.
Oude berekening voorspelde kleine stijging
Het ministerie liet jaren geleden al onderzoeken wat een vrachtwagenheffing voor consumentenprijzen zou kunnen betekenen.
In een onderzoek uit 2018 werd geschat dat consumentenprijzen als gevolg van de heffing met maximaal ongeveer 0,06 procent zouden kunnen stijgen.
In sectoren waarin wegtransport een relatief groot gedeelte van de totale kosten vormt, kon het effect volgens die berekeningen oplopen tot ongeveer 0,2 procent.
Dat lijken op het eerste gezicht kleine percentages.
Het probleem is alleen dat deze berekeningen inmiddels jaren oud zijn.
Sindsdien zijn onder meer brandstofprijzen, lonen en andere bedrijfskosten veranderd. Bovendien is de vrachtwagenheffing inmiddels daadwerkelijk ingevoerd.
Uit de aangeleverde informatie blijkt niet dat het ministerie inmiddels een nieuwe berekening heeft gepubliceerd waarmee het precieze huidige effect op consumentenprijzen kan worden vastgesteld.
Supermarkten waarschuwen voor hogere kosten
Ook vanuit de supermarktsector klinkt al langer bezorgdheid over de oplopende kosten.
Het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), de brancheorganisatie van Nederlandse supermarkten, waarschuwde het kabinet eerder voor een combinatie van prijsopdrijvende factoren.
Supermarkten hebben niet alleen te maken met hogere transportkosten.
Ook energie, brandstof, personeel en andere bedrijfskosten kunnen duurder worden.
De vrachtwagenheffing vormt daarmee één onderdeel van een veel groter kostenpakket.
Het CBL waarschuwde volgens de aangeleverde informatie dat de totale voedselprijzen volgend jaar fors zouden kunnen stijgen wanneer verschillende negatieve ontwikkelingen samenkomen.
Een eventueel genoemde stijging van 10 procent kan daarbij nadrukkelijk niet volledig aan de vrachtwagenheffing worden toegeschreven.
Het gaat om een veel bredere inschatting van mogelijke voedselinflatie.
Prijsstijging niet altijd direct zichtbaar
Een ander belangrijk punt is dat hogere kosten niet noodzakelijk onmiddellijk in de supermarkt zichtbaar worden.
Supermarkten, leveranciers, producenten en transportbedrijven werken vaak met contracten en prijsafspraken.
Daardoor kan enige tijd zitten tussen het moment waarop een vervoerder hogere kosten maakt en het moment waarop consumenten daar iets van merken.
Volgens de supermarktsector kan die vertraging enkele maanden bedragen.
Een kostenstijging die nu plaatsvindt, kan dus pas later volledig in winkelprijzen worden verwerkt.
Transporteurs hebben dunne marges
Voor transportbedrijven zelf is de vrachtwagenheffing ondertussen een directe kostenpost.
Iedere kilometer die onder het systeem valt, kost geld.
Bij de invoering van de heffing op 1 juli lag het gemiddelde tarief volgens de aangeleverde cijfers rond de 19,1 cent per kilometer.
Vanwege de sterk gestegen dieselkosten besloot minister Vincent Karremans vervolgens een tijdelijke korting van 22,3 procent toe te passen.
Sinds 1 september komt het gemiddelde tarief daardoor uit op ongeveer 14,8 cent per kilometer.
Het ministerie schat dat de korting transportbedrijven gezamenlijk ongeveer 80 miljoen euro aan lasten scheelt.
Maar die verlichting is tijdelijk.
Vanaf 1 januari verandert de rekening opnieuw
De tijdelijke korting loopt volgens de huidige plannen op 31 december af.
Tegelijkertijd worden de reguliere tarieven vanaf 1 januari 2027 aangepast aan de inflatie.
Daardoor kan het bedrag dat transportbedrijven per kilometer betalen vanaf de jaarwisseling aanzienlijk hoger liggen dan tijdens de huidige kortingsperiode.
Voor een zware dieselvrachtwagen van meer dan 32 ton in Euro 6 zou het tarief volgens de aangeleverde cijfers bijvoorbeeld uitkomen op 20,6 cent per kilometer.
Het verschil met de huidige gemiddelde 14,8 cent lijkt per kilometer misschien beperkt, maar voor vrachtwagens die jaarlijks tienduizenden of zelfs meer kilometers over de betreffende wegen rijden, kunnen de extra kosten behoorlijk oplopen.
Wie gaat die rekening betalen?
Transportbedrijven hebben in principe verschillende mogelijkheden.
Ze kunnen de extra kosten volledig zelf opvangen, ze kunnen hun tarieven voor klanten verhogen of kiezen voor een combinatie van beide.
Volgens Transport en Logistiek Nederland (TLN) is de ruimte om nieuwe kosten volledig zelf te dragen echter beperkt.
TLN-voorzitter Elisabeth Post omschreef de marges in de transportsector eerder als „al jaren flinterdun”.
Wanneer bedrijven weinig winstmarge hebben, wordt het moeilijker om een nieuwe heffing langdurig zelf te betalen.
Dat vergroot de kans dat opdrachtgevers uiteindelijk hogere transporttarieven krijgen voorgeschoteld.
Transportsector heeft meer problemen
De vrachtwagenheffing is overigens niet de enige uitdaging voor de sector.
Ook hogere lonen, brandstofkosten en andere economische ontwikkelingen zetten transportbedrijven onder druk.
Volgens kredietverzekeraar Atradius nam het aantal faillissementen in de sector transport en opslag in de eerste negen maanden van 2026 met 17 procent toe.
Het zou onjuist zijn om die stijging volledig aan de vrachtwagenheffing toe te schrijven.
De heffing is slechts één van meerdere kostenfactoren waarmee bedrijven worden geconfronteerd.
Politiek stelt vragen
De gevolgen zijn inmiddels ook onderwerp van politieke discussie.
Kamerlid Hidde Heutink stelde minister Karremans vragen over onder meer de financiële gevolgen voor transportbedrijven en de mogelijke doorwerking naar consumenten.
De beslisnota van het ministerie werd opgesteld ter voorbereiding op de beantwoording daarvan.
Juist daarin staat expliciet beschreven dat hogere transportkosten in veel gevallen worden doorberekend en daardoor impact kunnen hebben op consumentenprijzen.
Tegelijkertijd benadrukt het ministerie dat het effect naar verwachting beperkt is.
Het grote vraagteken blijft de precieze omvang.
Wat betekent dit voor je boodschappen?
Voor consumenten is het daarom nog onmogelijk om te zeggen dat een boodschappenmandje door alleen de vrachtwagenheffing bijvoorbeeld enkele euro’s per week duurder wordt.
Daarvoor ontbreekt een actuele berekening.
Wel is het mechanisme duidelijk.
Transporteurs krijgen te maken met extra kosten. Die kunnen worden doorberekend aan producenten, groothandels en supermarkten. Vervolgens kunnen die bedrijven hun prijzen verhogen.
Omdat vrijwel ieder product op enig moment vervoerd moet worden, kan een kleine kostenstijging uiteindelijk over een groot aantal producten worden verdeeld.
Voor één pak melk, brood of een zak aardappelen zal het effect van alleen de vrachtwagenheffing waarschijnlijk moeilijk afzonderlijk zichtbaar zijn.
Maar de heffing komt bovenop allerlei andere kostenstijgingen.
Vanaf 2027 wordt het spannend
Vooral de jaarwisseling wordt daarom belangrijk.
Als de tijdelijke korting daadwerkelijk vervalt en de reguliere tarieven tegelijkertijd worden verhoogd, stijgen de kosten voor veel transportbedrijven.
De vraag is vervolgens hoeveel daarvan zij zelf kunnen opvangen en hoeveel wordt doorberekend.
Het kabinet erkent inmiddels dat hogere brandstofkosten en de vrachtwagenheffing „veelal impact” hebben op consumentenprijzen.
Daarmee staat vast dat de heffing kan doorwerken in de prijzen die Nederlanders uiteindelijk betalen.
Hoeveel duurder je wekelijkse boodschappen daardoor precies worden, blijft echter onbekend. Daarvoor ontbreekt vooralsnog een actuele berekening. Wel is duidelijk dat transporteurs vanaf januari opnieuw met hogere kilometerkosten rekening moeten houden — en een deel van die rekening kan uiteindelijk bij de consument terechtkomen.
Geschreven door
Emma VermeerEmma Vermeer is editor bij Blijned en schrijft over royalty en politiek. Ze volgt zowel opvallende momenten rond het koningshuis als ontwikkelingen die het politieke landschap in Nederland veranderen.
Alle 366 artikelen van Emma Vermeer ›Volg Blijned
Het nieuws van vandaag, op de plek waar je toch al bent.

