Pensioenen stijgen gigantisch: Zoveel krijgen meer dan twee miljoen Nederlanders erbij
Laatste update:

Voor een grote groep gepensioneerden kan 2027 financieel bijzonder gunstig beginnen. Tientallen pensioenfondsen stappen volgend jaar over naar het nieuwe pensioenstelsel en wanneer hun financiële positie de komende maanden sterk blijft, kan dat bij de overgang leiden tot een forse verhoging van de pensioenen.
En met fors wordt in dit geval ook echt een aanzienlijk percentage bedoeld.
Berekeningen van pensioenadviseur Aon laten zien dat verhogingen van grofweg 12 tot 25 procent mogelijk zijn. Bij de tien grootste pensioenfondsen die in 2027 overstappen, komt de gemiddelde verwachte verhoging in een berekening uit rond de 17 procent.
Voor sommige gepensioneerden kan dat maandelijks een aanzienlijk verschil maken.
Er zit echter een belangrijke kanttekening aan het verhaal: de percentages zijn nog niet definitief en het gaat niet simpelweg om een jaarlijkse indexatie van het pensioen.
Ongeveer twee miljoen gepensioneerden
In totaal zouden 37 pensioenfondsen in 2027 de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel willen maken.
Bij die fondsen zijn gezamenlijk ongeveer 7,7 miljoen Nederlanders aangesloten.
Dat betekent niet dat al deze mensen volgend jaar onmiddellijk een hoger pensioen op hun bankrekening krijgen.
Onder de deelnemers bevinden zich namelijk zowel mensen die nog werken en pensioen opbouwen als mensen die al met pensioen zijn.
Naar schatting gaat het om ongeveer twee miljoen gepensioneerden die bij de overstap mogelijk direct een hogere pensioenuitkering kunnen krijgen.
Daarmee kan de overgang voor een zeer grote groep ouderen financieel merkbaar worden.
Wie kunnen hiervan profiteren?
Onder de pensioenfondsen die in 2027 willen overstappen zitten fondsen voor verschillende grote beroepsgroepen.
Het gaat onder meer om pensioenregelingen voor voormalige ambtenaren, medewerkers in de detailhandel, vervoersmedewerkers, mensen uit de financiële sector en werknemers uit de metaalindustrie.
Of iemand daadwerkelijk een verhoging krijgt en hoe hoog die wordt, hangt af van het pensioenfonds waarbij het pensioen is ondergebracht.
De percentages kunnen daardoor behoorlijk verschillen.
Waar komt die enorme verhoging vandaan?
Om te begrijpen waarom percentages van 12, 17 of zelfs 25 procent worden genoemd, moet eerst duidelijk zijn wat er tijdens de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel gebeurt.
Pensioenfondsen hebben enorme vermogens opgebouwd.
Dat geld is bedoeld om de pensioenen van hun deelnemers nu en in de toekomst te betalen.
In het nieuwe pensioenstelsel wordt duidelijker zichtbaar welk deel van het totale pensioenvermogen voor verschillende deelnemers is gereserveerd.
Wanneer een pensioenfonds overstapt, moet het bestaande vermogen worden verdeeld volgens de regels en afspraken van het nieuwe stelsel.
Dat proces wordt ook wel ‘invaren’ genoemd.
Ook reserves worden verdeeld
Pensioenfondsen beschikken naast het geld voor de bestaande pensioenverplichtingen vaak over reserves.
Een gedeelte daarvan blijft nodig.
Fondsen moeten bijvoorbeeld financiële tegenvallers kunnen opvangen. Daarnaast kan geld nodig zijn om bepaalde groepen deelnemers te compenseren voor nadelige gevolgen van de overgang naar het nieuwe stelsel.
Maar wanneer daarna nog voldoende vermogen overblijft, kan een deel daarvan bij de overgang worden verdeeld onder deelnemers en gepensioneerden.
Juist daar zit de mogelijke financiële meevaller.
Hoe beter een pensioenfonds er financieel voorstaat op het moment van overstappen, hoe meer ruimte er in principe kan zijn.
Pensioen mogelijk 12 tot 25 procent omhoog
Volgens berekeningen van pensioenadviseur Aon kan de verhoging bij verschillende fondsen uiteenlopen van ongeveer 12 tot 25 procent.
Dat zijn opvallend hoge percentages.
Aon keek daarnaast voor de NOS specifiek naar de tien grootste pensioenfondsen die in 2027 willen overstappen.
Deze tien fondsen vertegenwoordigen samen ongeveer 95 procent van de Nederlanders die volgend jaar naar het nieuwe systeem overgaan.
Uit die berekening kwam gemiddeld een verhoging van ongeveer 17 procent naar voren.
Dat betekent echter nadrukkelijk niet dat iedere gepensioneerde er automatisch precies 17 procent bij krijgt.
Wat betekent 17 procent in euro’s?
Een rekenvoorbeeld maakt duidelijk waarom de cijfers zoveel aandacht trekken.
Stel dat iemand momenteel vanuit zijn pensioenfonds 1.000 euro bruto per maand ontvangt.
Een verhoging van 17 procent zou betekenen dat dit pensioen op papier met 170 euro bruto per maand stijgt.
De nieuwe uitkering zou dan ongeveer 1.170 euro bruto per maand bedragen.
Bij een pensioen van 1.500 euro bruto per maand zou 17 procent overeenkomen met ongeveer 255 euro bruto extra.
En bij 2.000 euro bruto pensioen gaat het om ongeveer 340 euro bruto per maand.
Dit zijn uitsluitend rekenvoorbeelden.
Het daadwerkelijke percentage verschilt per pensioenfonds en mogelijk ook per deelnemer.
Bovendien is het bedrag dat iemand netto overhoudt afhankelijk van belastingen, heffingskortingen, andere inkomsten en de persoonlijke situatie.
Jongere gepensioneerden kunnen meer profiteren
Ook leeftijd kan invloed hebben op de uiteindelijke verdeling.
Volgens de berekeningen kunnen relatief jonge gepensioneerden bij sommige fondsen procentueel iets meer profiteren dan mensen die al langere tijd met pensioen zijn.
Dat heeft te maken met de manier waarop het pensioenvermogen bij de overgang wordt verdeeld en met de verwachte toekomstige uitkeringsduur.
Het is daarom niet mogelijk om op basis van alleen het huidige maandelijkse pensioen exact te voorspellen hoeveel iemand erbij krijgt.
Daarvoor moet eerst het definitieve transitieplan van het betreffende pensioenfonds bekend zijn.
Waarom is het nog niet zeker?
Er zit bovendien nog een grote onzekerheid in de berekeningen.
De financiële markten kunnen de komende maanden veranderen.
Pensioenfondsen beleggen een groot gedeelte van hun vermogen. De uiteindelijke financiële positie op het moment van de overstap is daardoor afhankelijk van onder meer beurskoersen, renteontwikkelingen en beleggingsresultaten.
Gaat het goed op de financiële markten en blijven de fondsen er sterk voorstaan, dan kan er meer ruimte zijn om het vermogen gunstig te verdelen.
Maar wanneer de financiële positie verslechtert, kunnen de uiteindelijke percentages lager uitvallen.
De genoemde 12 tot 25 procent moet daarom worden gezien als een mogelijke uitkomst en niet als een gegarandeerde verhoging.
Geen jaarlijkse verhoging van 17 procent
Daarbij is nog een belangrijk onderscheid noodzakelijk.
Wie straks bijvoorbeeld 17 procent meer pensioen krijgt, moet er niet vanuit gaan dat het pensioen daarna ieder jaar opnieuw met 17 procent stijgt.
De forse percentages hebben te maken met de overgang van het oude naar het nieuwe pensioenstelsel en de verdeling van het opgebouwde vermogen.
Het gaat dus om een effect van de transitie.
Na de overgang werkt het pensioen volgens de regels van het nieuwe stelsel.
De ontwikkeling van pensioenuitkeringen wordt daarna sterker gekoppeld aan de resultaten die met het pensioenvermogen worden behaald.
Pensioen kan daardoor ook meer bewegen
Dat is meteen een van de belangrijkste veranderingen van het nieuwe systeem.
In het oude stelsel moesten pensioenfondsen grote financiële buffers aanhouden voordat pensioenen konden worden verhoogd.
In het nieuwe systeem kunnen goede beleggingsresultaten eerder doorwerken in de pensioenen.
Daar staat tegenover dat tegenvallende resultaten eveneens invloed kunnen hebben.
Fondsen bouwen wel mechanismen in om grote schommelingen te dempen en gepensioneerden zo veel mogelijk tegen plotselinge dalingen te beschermen.
Een hoge verhoging bij de overgang betekent daarom niet dat het pensioen daarna gegarandeerd ieder jaar met hetzelfde bedrag blijft stijgen.
AOW staat hier los van
Een ander belangrijk punt is dat deze mogelijke pensioenverhoging niet hetzelfde is als de AOW.
De AOW is een wettelijke basisuitkering van de overheid.
Het aanvullende pensioen dat iemand tijdens zijn werkende leven via een werkgever heeft opgebouwd, komt van een pensioenfonds of pensioenverzekeraar.
De mogelijke verhogingen van 12 tot 25 procent waar nu over wordt gesproken, hebben betrekking op aanvullende pensioenen bij fondsen die overstappen.
Niet op de AOW zelf.
AOW verandert in 2027 eveneens
Dat neemt niet weg dat ook de AOW-bedragen in 2027 kunnen veranderen.
De hoogte van de AOW hangt samen met ontwikkelingen rond het minimumloon.
Wanneer het wettelijk minimumloon wordt aangepast, werkt dat uiteindelijk ook door in verschillende uitkeringen.
Voor sommige gepensioneerden kunnen er in 2027 daardoor meerdere veranderingen tegelijk plaatsvinden: aan de ene kant de reguliere ontwikkeling van de AOW en aan de andere kant mogelijk een flinke verandering van het aanvullende pensioen door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel.
Wanneer weet je wat je daadwerkelijk krijgt?
Voor gepensioneerden is uiteindelijk vooral de communicatie van het eigen pensioenfonds belangrijk.
Fondsen die overstappen moeten hun deelnemers informeren over de gevolgen.
Daarbij moet duidelijk worden hoeveel pensioen iemand vóór de overgang heeft en wat de verwachte pensioenuitkering na de overgang wordt.
Pas wanneer die persoonlijke berekening beschikbaar is, weet een deelnemer wat de overgang daadwerkelijk voor zijn of haar portemonnee betekent.
Algemene percentages van Aon zijn interessant om de omvang van de mogelijke verandering te laten zien, maar kunnen een persoonlijke pensioenberekening niet vervangen.
Twee miljoen gepensioneerden kijken uit naar 2027
Toch zijn de eerste berekeningen opvallend positief.
Wanneer de financiële positie van de betreffende pensioenfondsen sterk blijft, kan voor een grote groep gepensioneerden een behoorlijke financiële meevaller ontstaan.
Met 37 fondsen die in 2027 willen overstappen, ongeveer 7,7 miljoen aangesloten deelnemers en naar schatting twee miljoen gepensioneerden gaat het bovendien om een verandering die een groot deel van Nederland raakt.
Vooral de percentages springen eruit.
Een mogelijke verhoging van 12 tot 25 procent is aanzienlijk groter dan de reguliere pensioenverhogingen die veel gepensioneerden gewend zijn.
Voor ongeveer twee miljoen gepensioneerden kan 2027 daardoor financieel bijzonder beginnen. Aon komt bij de tien grootste overstappende pensioenfondsen uit op een gemiddelde mogelijke verhoging van ongeveer 17 procent. Maar zekerheid is er nog niet: de uiteindelijke verhoging hangt af van het eigen pensioenfonds, de persoonlijke situatie én vooral van de financiële positie van het fonds op het moment dat de overstap daadwerkelijk plaatsvindt.
Geschreven door
Lars de WitLars de Wit is editor bij Blijned en schrijft over nieuws en televisie. In zijn artikelen komen zowel grote gebeurtenissen als verhalen met een verrassende of menselijke twist voorbij: van noodweer en sportnieuws tot bijzondere vondsten, bekende gezichten en opvallende…
Alle 996 artikelen van Lars de Wit ›Volg Blijned
Het nieuws van vandaag, op de plek waar je toch al bent.

