Dagelijkseverhalen

Dagelijkseverhalen

De Dagelijkseverhalen Mobiele App is live! Je kunt het nu gratis downloaden!

Download de App Gratis

16 tekenen dat je jeugd werd gevormd door een narcistische ouder

Opgroeien met een ouder die sterk op zichzelf gericht, controlerend of manipulatief gedrag vertoont, kan ook op volwassen leeftijd invloed hebben. Misschien twijfel je voortdurend aan jezelf, vind je het moeilijk om nee te zeggen of voel je direct spanning wanneer iemand teleurgesteld in je lijkt te zijn.

Sommige patronen die vroeger hielpen om conflicten thuis te vermijden, kunnen jaren later nog steeds aanwezig zijn.

Belangrijk daarbij is dat het woord ‘narcistisch’ vaak gemakkelijk wordt gebruikt. Alleen een deskundige kan een persoonlijkheidsstoornis vaststellen. Bovendien kunnen onderstaande kenmerken allerlei oorzaken hebben. Toch kunnen mensen die zijn opgegroeid in een emotioneel onveilige gezinssituatie zich in verschillende van deze patronen herkennen.

1. Liefde voelde alsof je die moest verdienen

Een kind hoort niet voortdurend te hoeven presteren om liefde en aandacht te krijgen.

Toch kan het in sommige gezinnen zo voelen.

Een goed cijfer, sportprestatie of ander succes leverde plotseling complimenten en aandacht op. Ging iets minder goed, dan volgde misschien afstandelijkheid, teleurstelling of stilte.

Daardoor kun je leren dat waardering afhankelijk is van wat je bereikt.

Op volwassen leeftijd kan dat zich uiten in een sterke behoefte om jezelf te bewijzen. Gewoon tevreden zijn met wie je bent, zonder iets te presteren, kan verrassend moeilijk voelen.

2. Je twijfelt regelmatig aan je eigen herinneringen

“Dat heb ik nooit gezegd.”

“Je overdrijft.”

“Je bent veel te gevoelig.”

Wie dergelijke reacties jarenlang hoort, kan uiteindelijk aan de eigen waarneming gaan twijfelen.

Wanneer gebeurtenissen voortdurend worden ontkend of anders worden voorgesteld, kan het steeds moeilijker worden om op je eigen herinneringen en gevoelens te vertrouwen.

Je verontschuldigt je misschien snel, zelfs wanneer je niet precies weet waarvoor.

Ook kun je bij conflicten automatisch denken dat jij degene bent die het verkeerd heeft begrepen.

3. Je vindt het moeilijk om steun te vragen

Wanneer verdriet of angst vroeger weinig aandacht kreeg, kun je hebben geleerd emoties vooral zelf op te lossen.

Misschien werd er geïrriteerd gereageerd wanneer je huilde. Of kreeg je te horen dat je je aanstelde.

Het resultaat kan zijn dat je ook als volwassene problemen liever voor jezelf houdt.

Zelfs bij mensen die je vertrouwt, voelt vertellen dat het slecht met je gaat ongemakkelijk.

Niet omdat je geen behoefte hebt aan steun, maar omdat je hebt geleerd dat kwetsbaarheid weinig oplevert of zelfs tegen je gebruikt kan worden.

4. Goed was nooit goed genoeg

Een acht halen en vervolgens de vraag krijgen waarom het geen tien was.

Tweede worden en vooral horen waarom je niet hebt gewonnen.

Dat soort ervaringen kunnen ervoor zorgen dat succes nauwelijks als succes voelt.

Wanneer alleen het eindresultaat telt en inzet weinig erkenning krijgt, kan de lat steeds hoger komen te liggen.

Ook later kun je daardoor moeite hebben om trots op jezelf te zijn. Zodra je één doel bereikt, verschijnt het volgende alweer.

5. Privacy voelt niet vanzelfsprekend

Een slaapkamerdeur, telefoon of dagboek zou een zekere mate van privacy moeten bieden.

Maar niet iedereen groeit daarmee op.

Wanneer persoonlijke spullen voortdurend worden gecontroleerd of grenzen zonder toestemming worden overschreden, kun je leren dat privacy iets is waarvoor je toestemming nodig hebt.

Later kan dat gevolgen hebben voor de manier waarop je grenzen bewaakt.

Je vindt het bijvoorbeeld lastig om te zeggen dat iemand zich ergens niet mee moet bemoeien, omdat dat onmiddellijk egoïstisch of ongepast voelt.

6. Je bent extreem perfectionistisch

Perfectionisme lijkt van buitenaf soms een positieve eigenschap.

Je werkt hard, controleert alles meerdere keren en probeert fouten te voorkomen.

Maar achter dat gedrag kan ook angst zitten.

Wanneer fouten vroeger stevige kritiek of afwijzing opleverden, kan perfectie een manier zijn geworden om jezelf daartegen te beschermen.

Een kleine vergissing voelt dan niet als een normaal onderdeel van het leven, maar als bewijs dat je tekortschiet.

Zelfs wanneer niemand kritiek levert, doet je eigen innerlijke stem dat wel.

7. Je probeert iedereen tevreden te houden

Je merkt onmiddellijk wanneer iemands stemming verandert.

Je probeert conflicten te voorkomen en zegt soms ja terwijl je eigenlijk nee wilt zeggen.

Dat kan voortkomen uit een omgeving waarin het belangrijk was om voortdurend rekening te houden met de stemming van een ouder.

Als kind kon dat nuttig zijn: hoe eerder je spanning aanvoelde, hoe beter je jezelf erop kon voorbereiden.

Op volwassen leeftijd kan hetzelfde patroon uitputtend worden.

Je bent dan zo druk met wat anderen nodig hebben dat je nauwelijks nog stilstaat bij je eigen wensen.

8. Je weet niet altijd goed wie je zelf bent

Wat wil ík eigenlijk?

Voor sommige mensen is die vraag verrassend moeilijk te beantwoorden.

Wanneer je als kind vooral moest voldoen aan verwachtingen van een ouder, was er mogelijk weinig ruimte om een eigen identiteit te ontwikkelen.

Studie, kleding, vrienden, hobby’s of toekomstplannen konden allemaal worden beïnvloed.

Later kan daardoor een gevoel ontstaan dat je jarenlang een rol hebt gespeeld.

Ontdekken wat je zelf leuk, belangrijk en waardevol vindt, kan dan een heel proces worden.

9. Je twijfelt voortdurend aan beslissingen

Zelfs een relatief kleine keuze kan eindigen in eindeloos piekeren.

Was dit wel verstandig? Wat zullen anderen ervan vinden? Had je toch iets anders moeten kiezen?

Chronische zelftwijfel kan ontstaan wanneer eigen beslissingen vroeger voortdurend werden gecorrigeerd, bekritiseerd of overgenomen.

Daardoor zoek je misschien vaak bevestiging voordat je ergens een knoop over durft door te hakken.

Zelfvertrouwen terugvinden betekent dan onder andere opnieuw leren ervaren dat je keuzes mag maken zonder vooraf de goedkeuring van iedereen te krijgen.

10. Falen voelt buitenproportioneel bedreigend

Een fout maken is vervelend.

Maar wanneer een fout direct voelt als een persoonlijke ramp, kan daar meer achter zitten.

Misschien heb je geleerd dat falen niet betekende dat iets niet lukte, maar dat jíj niet goed genoeg was.

Daardoor kan het veiliger voelen om bepaalde uitdagingen helemaal niet aan te gaan.

Want wie niet probeert, kan ook niet mislukken.

Het nadeel is dat angst zo uiteindelijk bepaalt welke kansen je wel en niet grijpt.

11. ‘Nee’ zeggen veroorzaakt schuldgevoel

Je hebt geen tijd, maar zegt toch ja.

Je bent uitgeput, maar helpt alsnog.

Iemand vraagt iets waar je je ongemakkelijk bij voelt en toch durf je niet te weigeren.

Grenzen stellen kan bijzonder moeilijk zijn wanneer jouw grenzen vroeger nauwelijks werden gerespecteerd.

Een simpele ‘nee’ kan daardoor voelen alsof je iemand persoonlijk afwijst.

Toch is het aangeven van een grens niet hetzelfde als egoïstisch zijn. In gezonde relaties moet ruimte bestaan om iets niet te willen.

12. Je bent opvallend streng voor jezelf

Sommige mensen hebben nauwelijks een externe criticus nodig.

Die woont inmiddels in hun eigen hoofd.

Na een fout hoor je misschien onmiddellijk gedachten als: “Hoe kon je zo stom zijn?” of “Natuurlijk lukt jou dit weer niet.”

Zo’n harde innerlijke stem kan voortkomen uit jarenlang blootstaan aan kritiek of zeer hoge verwachtingen.

Op den duur wordt de kritiek geïnternaliseerd.

Zelfcompassie kan daardoor vreemd of zelfs ongemakkelijk aanvoelen. Toch betekent vriendelijker tegen jezelf praten niet dat je fouten negeert. Je kunt verantwoordelijkheid nemen zonder jezelf voortdurend af te breken.

13. Je raakt jezelf kwijt in relaties

In relaties ben jij misschien vaak degene die problemen oplost.

Je zorgt, helpt, sust en probeert de ander gelukkig te maken.

Daarbij kunnen je eigen behoeften steeds verder naar de achtergrond verdwijnen.

Soms ontstaat zelfs het gevoel dat jouw stemming afhankelijk is van die van je partner.

Dergelijke patronen worden geregeld in verband gebracht met co-afhankelijkheid, al is dat geen diagnose die je op basis van één kenmerk kunt stellen.

Een gezonde relatie vraagt uiteindelijk om ruimte voor twee afzonderlijke mensen, niet om één persoon die voortdurend verantwoordelijk is voor het welzijn van de ander.

14. Je hebt vaak het gevoel dat niemand naar je luistert

In sommige gezinnen wordt veel gesproken, maar nauwelijks geluisterd.

Een ouder bepaalt het gesprek en de mening van het kind krijgt weinig ruimte.

Wie daarmee opgroeit, kan later het idee krijgen dat zijn of haar stem weinig waarde heeft.

Misschien trek je je tijdens discussies snel terug. Of formuleer je je mening voorzichtig om niemand tegen je in het harnas te jagen.

Leren dat jouw mening er ook mag zijn, kan daarom een belangrijke verandering zijn.

15. Je bent extreem gevoelig voor stemmingswisselingen

Een zucht.

Een andere gezichtsuitdrukking.

Een korter antwoord dan normaal.

Sommige mensen merken zulke veranderingen onmiddellijk op.

Dat kan simpelweg bij iemands persoonlijkheid horen, maar het kan ook samenhangen met een jeugd waarin het belangrijk was om de sfeer goed in de gaten te houden.

Wanneer de stemming van een ouder bepaalde hoe de avond zou verlopen, leerde je misschien subtiele signalen razendsnel herkennen.

Later blijft die radar actief, ook wanneer er helemaal geen gevaar dreigt.

Je merkt dan niet alleen de emoties van anderen snel op, maar kunt je er ook verantwoordelijk voor gaan voelen.

16. Echte intimiteit voelt spannend

Je verlangt naar een hechte relatie, maar zodra iemand écht dichtbij komt, ontstaat twijfel.

Wat als diegene je afwijst?

Wat als je kwetsbaarheid later tegen je wordt gebruikt?

Wanneer liefde vroeger onvoorspelbaar of sterk afhankelijk van voorwaarden voelde, kan vertrouwen ingewikkeld worden.

Je kunt tegelijkertijd behoefte hebben aan verbinding én bang zijn voor wat die verbinding met zich meebrengt.

Dat betekent niet dat diepe relaties onmogelijk zijn.

Vertrouwen kan langzaam worden opgebouwd, vooral wanneer je ervaart dat grenzen worden gerespecteerd en kwetsbaarheid niet wordt bestraft.

Herkenning betekent niet automatisch een diagnose

Wie zich in veel van deze zestien punten herkent, hoeft daaruit niet te concluderen dat een ouder daadwerkelijk een narcistische persoonlijkheidsstoornis heeft.

Gedrag zoals emotionele manipulatie, buitensporige controle, weinig empathie of voortdurende kritiek kan voorkomen zonder dat er sprake is van zo’n diagnose.

Ook kunnen perfectionisme, faalangst, moeite met grenzen en zelftwijfel allerlei andere oorzaken hebben.

Belangrijker is daarom de vraag wat bepaalde ervaringen met jou hebben gedaan.

Patronen die in je jeugd ontstonden, hoeven bovendien niet de rest van je leven te bepalen. Grenzen leren stellen, beter naar je eigen behoeften luisteren en minder streng voor jezelf worden zijn vaardigheden die zich ook later nog kunnen ontwikkelen.

En wanneer oude ervaringen je dagelijks leven, relaties of welzijn sterk blijven beïnvloeden, kan het helpen om daar met een gekwalificeerde psycholoog of andere passende hulpverlener over te praten.

Volgende pagina ➔

Lees ook