algemeen
Absurde kosten beveiliging Belgisch koningshuis gelekt: ´Dit is krankzinnig!´

De beveiliging van de Belgische koninklijke familie heeft vorig jaar een flinke prijs gekost: bijna 21 miljoen euro. Dit bedrag komt neer op gemiddeld 57.000 euro per dag, een aanzienlijke uitgave voor de veiligheid van de koninklijke leden.
Cijfers Openbaar Gemaakt Door Kamerlid Peter Buysrogge
De cijfers werden openbaar gemaakt naar aanleiding van Kamervragen die werden gesteld door Peter Buysrogge, voorzitter van de Kamercommissie Defensie. Buysrogge vroeg minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin om de kosten van de koninklijke beveiliging te openbaren. De publicatie van deze gegevens door Het Nieuwsblad heeft de hoogte van de uitgaven onthuld.
Beveiliging door Tweehonderd Agenten
De beveiliging van de leden van de Belgische koninklijke familie wordt verzorgd door een speciale eenheid binnen de federale politie: het Veiligheidsdetachement bij het Koninklijk Paleis (VDKP).
Dit korps bestaat uit ongeveer tweehonderd agenten die verantwoordelijk zijn voor de bescherming van de koning, de koningin, kroonprinses Elisabeth en verschillende koninklijke domeinen. Deze agenten werken dag in dag uit om de veiligheid van de familie te waarborgen.
Miljoenenuitgaven aan Koninklijke Ondersteuning
Naast de kosten voor de beveiliging door de politie, maakt de Belgische overheid ook aanzienlijke uitgaven voor de koninklijke familie op andere gebieden.
Zo gaf Defensie vorig jaar 3,5 miljoen euro uit voor het militair huis van de koning en voor niet-officiële verplaatsingen van de koning per vliegtuig. Deze kosten dragen bij aan de algehele uitgaven die de Belgische staat maakt voor de ondersteuning van de koninklijke familie.
Conclusie
De bijna 21 miljoen euro die werd besteed aan de beveiliging van de Belgische koninklijke familie, is een aanzienlijke belasting voor de begroting. Het gaat hierbij om de inzet van honderden agenten en de kosten voor aanvullende ondersteuning zoals vliegtuigen voor de koning. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van de koninklijke familie gewaarborgd blijft, maar roept ook vragen op over de kosten en de prioriteiten van de overheid in tijden van financiële druk.
