Prinses Elisabeth krijgt duidelijke instructie: “Mag ze nooit doen”
Laatste update:

Prinses Elisabeth wordt al jarenlang voorbereid op een bijzondere toekomst. Als oudste dochter van koning Filip en koningin Mathilde staat ze als eerste in de Belgische troonopvolging. Toch betekent haar koninklijke positie niet dat alle deuren voor haar opengaan. Integendeel: voor één belangrijke politieke functie bestaat zelfs een expliciet grondwettelijk verbod.
Mocht Elisabeth ooit besluiten dat ze liever de actieve politiek ingaat en bijvoorbeeld minister wil worden, dan stuit ze op een probleem dat zelfs haar vader niet zomaar voor haar kan oplossen.
De Belgische Grondwet is daar namelijk opvallend duidelijk over.
Elisabeth mag geen federaal minister worden
Het staat letterlijk vastgelegd in artikel 98 van de Belgische Grondwet.
Daar staat kort maar krachtig:
„Geen lid van de koninklijke familie kan minister zijn.”
Daarmee gaat het niet om een traditie, een advies of een ongeschreven afspraak binnen het Belgische koningshuis. Het is een juridische beperking die rechtstreeks in de Grondwet staat.
Zolang Elisabeth als lid van de koninklijke familie onder deze bepaling valt, kan ze dus geen federaal minister worden.
Een baan als minister van Buitenlandse Zaken, Justitie, Defensie of Financiën zit er bijvoorbeeld niet in.
Ook premier worden is geen mogelijkheid. De Belgische eerste minister is immers eveneens minister en valt daardoor onder hetzelfde grondwettelijke verbod.
Zelfs koning Filip kan geen uitzondering maken
Je zou misschien denken dat koning Filip daar als staatshoofd iets aan kan veranderen.
Formeel speelt de koning immers een rol bij de benoeming van ministers.
Toch kan Filip niet simpelweg besluiten dat voor zijn dochter een uitzondering wordt gemaakt. Ook de koning moet handelen binnen de grenzen die de Grondwet stelt.
Een benoeming van Elisabeth tot federaal minister zou daarom botsen met artikel 98.
Het gaat dus niet om de vraag of haar vader het goed zou vinden dat zijn dochter minister wordt. De juridische mogelijkheid ontbreekt onder de huidige grondwettelijke regels.
Maar krijgt ze dan een straf?
Ook dat ligt anders dan je misschien zou verwachten.
Artikel 98 bepaalt dat leden van de koninklijke familie geen minister kunnen zijn, maar koppelt daar niet automatisch een persoonlijke straf aan.
Elisabeth zou dus niet ineens een geldboete of gevangenisstraf krijgen omdat ze de ambitie uitspreekt om minister te worden.
Ook staat in deze bepaling niet dat ze daardoor automatisch haar plaats in de troonopvolging zou verliezen.
Het probleem ontstaat al eerder: ze kan simpelweg niet op een grondwettelijk geldige manier tot federaal minister worden benoemd zolang het verbod op haar van toepassing is.
Opvallend gezien haar studie
Juist vanwege haar academische achtergrond is die beperking interessant.
Elisabeth heeft zich tijdens haar opleiding namelijk uitgebreid met politiek beziggehouden.
Aan Lincoln College van de Universiteit van Oxford studeerde ze History & Politics. Daarmee verdiepte ze zich onder meer in geschiedenis en politieke vraagstukken.
Daarnaast volgde de prinses een opleiding aan de Koninklijke Militaire School in België, waar ze zich bezighield met Militaire en Sociale Wetenschappen.
Ze beschikt dus over een achtergrond die op verschillende punten raakvlakken heeft met politiek, bestuur en internationale verhoudingen.
Maar politiek bestuderen is juridisch natuurlijk iets heel anders dan zelf minister worden.
Kennis komt later juist van pas
Dat Elisabeth geen minister kan worden, betekent bovendien niet dat haar politieke kennis nutteloos is.
Integendeel.
Wanneer zij in de toekomst haar vader opvolgt, zal ze als staatshoofd voortdurend te maken krijgen met politieke en maatschappelijke ontwikkelingen.
Daarbij is kennis van staatsinrichting, geschiedenis, internationale betrekkingen en politieke processen juist waardevol.
De voorbereiding van Elisabeth is dan ook gericht op een fundamenteel andere functie dan die van een politicus.
Als oudste kind van koning Filip en koningin Mathilde is zij de eerste in lijn voor de Belgische troon. Ze draagt daarom ook de titel Hertogin van Brabant.
Als koningin krijgt ze ook niet alle macht
Wie denkt dat Elisabeth later als koningin alsnog zelfstandig politieke beslissingen kan nemen, komt eveneens bedrogen uit.
België is een constitutionele en parlementaire monarchie.
Dat betekent dat de macht van het staatshoofd wordt begrensd door de Grondwet en dat de politieke verantwoordelijkheid bij de ministers ligt.
Een belangrijk onderdeel daarvan is de zogenoemde ministeriële verantwoordelijkheid.
De koning of koningin kan niet simpelweg op eigen initiatief regeringsbeleid bepalen. Voor het officiële handelen van het staatshoofd is politieke verantwoordelijkheid van een minister nodig.
Die minister kan vervolgens door het parlement ter verantwoording worden geroepen.
Heel andere rol dan een minister
Daarmee verschilt de toekomstige functie van Elisabeth sterk van die van bijvoorbeeld een minister.
Een minister is rechtstreeks verantwoordelijk voor een bepaald beleidsterrein en neemt politieke beslissingen binnen de regering. Ministers moeten hun keuzes verdedigen tegenover het parlement en kunnen politiek onder druk komen te staan.
Het staatshoofd vervult een andere rol.
De Belgische monarchie draait onder meer om continuïteit, vertegenwoordiging en het symboliseren van de eenheid van het land. Ook tijdens de vorming van een nieuwe regering kan het staatshoofd een constitutionele rol spelen.
Juist daarbij zijn neutraliteit en terughoudendheid belangrijk.
Een actieve partijpolitieke carrière zou moeilijk te combineren zijn met die positie.
Elisabeth wordt voorbereid op de troon
Voorlopig wijst dan ook alles erop dat Elisabeth zich verder voorbereidt op haar toekomstige koninklijke verantwoordelijkheden.
Ze verschijnt steeds vaker bij officiële gelegenheden en heeft door de jaren heen zowel alleen als samen met andere leden van de koninklijke familie publieke taken uitgevoerd.
Naarmate ze ouder wordt, zal die rol waarschijnlijk verder toenemen.
Daarmee bewandelt Elisabeth een heel ander pad dan iemand die na een studie politiek besluit zich kandidaat te stellen voor een partij en uiteindelijk minister wil worden.
Grondwet trekt duidelijke grens
De Belgische Grondwet laat op dit punt uiteindelijk weinig ruimte voor discussie.
Elisabeth mag zich verdiepen in politiek, gesprekken voeren met politici en zich voorbereiden op haar toekomstige constitutionele rol. Maar zelf als federaal minister aan de regering deelnemen, is iets anders.
Artikel 98 trekt daar een duidelijke grens: geen enkel lid van de koninklijke familie kan minister zijn. Zelfs koning Filip kan zijn dochter onder de huidige grondwettelijke regels niet simpelweg een uitzondering geven.
Voor de toekomstige koningin is politiek dus van groot belang, maar haar plaats bevindt zich aan een heel andere kant van het Belgische staatsbestel dan die van een minister.
Geschreven door
Emma VermeerEmma Vermeer is editor bij Blijned en schrijft over royalty en politiek. Ze volgt zowel opvallende momenten rond het koningshuis als ontwikkelingen die het politieke landschap in Nederland veranderen.
Alle 366 artikelen van Emma Vermeer ›Volg Blijned
Het nieuws van vandaag, op de plek waar je toch al bent.

