Wat begint als een
simpele fietstocht naar werk, school of supermarkt, eindigt voor
steeds meer mensen in een boete van vijftig euro. Niet omdat ze
roekeloos rijden of anderen in gevaar brengen, maar omdat ze
kortstondig de stoep gebruiken om een lastige verkeerssituatie te
vermijden. Vooral in grote steden zoals Amsterdam, Rotterdam en
Utrecht lijkt deze vorm van handhaving steeds strikter te worden
toegepast — en dat roept onbegrip op bij veel
burgers.
Boa’s verscholen achter
muurtjes en hoeken
Bij diverse kantoorgebouwen en
kruispunten staan steeds vaker handhavers die bewust onherkenbaar
blijven. Ze dragen hun herkenbare jassen niet zichtbaar,
positioneren zich achter muurtjes, auto’s of andere obstakels en
grijpen pas in zodra iemand enkele meters over de stoep fietst.
Voor veel mensen voelt dit niet als toezicht of verkeersveiligheid,
maar als een hinderlaag. De boete wordt direct uitgeschreven,
zonder waarschuwing, uitleg of ruimte voor gesprek.
Geen ruimte voor gezond
verstand
Zodra je met fiets, brommer
of snorfiets het trottoir betreedt, ben je officieel in
overtreding. Voor fietsers kost dat 50 euro, brommers en
snorfietsen zijn zelfs 90 euro kwijt. Veel forenzen gebruiken de
stoep slechts tijdelijk, bijvoorbeeld om een gevaarlijk kruispunt
te ontwijken of om een bus te passeren. Ondanks dat ze niemand
hinderen of in gevaar brengen, worden ze alsnog direct op de bon
geslingerd. De handhaving laat geen ruimte voor nuance of gezond
verstand.
Een boete voor een vrouw van
tachtig
Een recent incident dat veel
aandacht kreeg, is dat van een vrouw van tachtig jaar die voor
enkele meters op de stoep fietsen een boete kreeg. Ze reed
langzaam, hinderde niemand en leek vooral bezig met veilig
oversteken. Toch werd haar zonder uitleg of waarschuwing een boete
opgelegd. De situatie werd gefilmd en ging razendsnel rond op
sociale media. De reacties waren massaal: “Dit voelt niet als
bescherming, dit voelt als straffen om het straffen.”
Begrip voor de regels, maar
dan wel met redelijkheid
Niemand wil dat voetgangers
zich onveilig voelen op de stoep. Zeker kinderen, ouderen en mensen
met een beperking moeten veilig kunnen lopen. Maar wanneer fietsers
deze ruimte tijdelijk en verantwoord gebruiken, zonder hinder of
gevaar, is een keiharde boete buiten proportie. Veel mensen pleiten
voor een systeem waarin eerst gewaarschuwd wordt en pas bij
herhaling een boete volgt.
De aanpak wekt
wantrouwen
Wat bij veel mensen steekt,
is de manier waarop handhaving wordt uitgevoerd. Het verdekt
opstellen van boa’s en het ontbreken van communicatie of uitleg
maken dat burgers het gevoel krijgen bewust ‘gepakt’ te worden. Dat
gevoel ondermijnt niet alleen het draagvlak voor de regels zelf,
maar tast ook het vertrouwen in de handhavers en uiteindelijk zelfs
in de overheid aan.
Van verkeersveiligheid naar
boetecultuur?
Het doel van
verkeershandhaving zou moeten zijn: het bevorderen van veiligheid,
het beschermen van kwetsbare weggebruikers en het stimuleren van
verantwoord gedrag. Maar als mensen het gevoel krijgen dat boetes
louter worden uitgedeeld om quota te halen of geld te innen, dan
verdwijnt dat doel uit beeld. Burgers raken gefrustreerd en zien
geen rechtvaardigheid meer in het systeem.
Een oproep tot
heroverweging
De roep om menselijkere
handhaving groeit. Veel Nederlanders zijn best bereid zich aan de
regels te houden, zolang die op een eerlijke en begrijpelijke
manier worden toegepast. Het direct uitdelen van hoge boetes voor
kleine overtredingen — zonder waarschuwing of gesprek — voelt als
onevenredig streng en verliest het van de menselijke maat.
Handhaving zou geen wedstrijd moeten zijn in wie het slimst verdekt
kan opereren, maar in hoe je het beste kunt bijdragen aan een
veilig en leefbaar verkeer.